Koor “Unisono” op TV!


Op de zondag na Kerst ging bij ons de televisie al heel vroeg aan. Om tien uur startte de mis in de Elisabethkerk in Grave. Mooi natuurlijk maar het belangrijkste was dat ons eigen UNISONO optrad. Geweldig dat al die bekende Estersen en Gravenaren zo mooi in beeld kwamen. De lezing door Annie van Raaij bracht mij terug naar de tijd dat ik nog bij de Spar verse broodjes haalde. Ook het Gregoriaanse gezang had dat effect, in één klap zelf terug op de harde houten bankjes van een koude kerk, al zit ik nu gelukkig warm en zacht thuis voor de tv.
De close-up van de mensen in het koor gaven ons mooi de gelegenheid om te zien wie er allemaal bij zitten, die, en die van die en de buurman en verderop in de straat.
De pastoor bracht het kerstverhaal met een moderne twist. Ook al weten we eigenlijk wel dat we soms best wat meer naar een ander kunnen omzien, het is goed om dat nog eens te horen van onze ‘eigen’ pastoor, op de nationale tv.
De mensen in de kerk luisterden aandachtig, was het vanwege het woord van de pastoor of vanwege het feit dat ze werden vastgelegd door de camera? Het viel mij wel op dat bij het gezamenlijk gebed sommige dorpsbewoners netjes meededen en dat sommige slechts wat mee mompelden, playbackten of gewoon voor zich uit keken; alles is natuurlijk goed. Ook het publiek in de kerk kwam mooi in beeld.
En terwijl de camera’s soepel door de kerk gleden, kon je bijna voelen hoe heel Escharen collectief iets rechter ging zitten op de bank. Want ja, het blijft toch bijzonder: ineens zit je niet zomaar in de kerk, maar in een uitzending. En dan wil je natuurlijk niet dat heel Nederland denkt dat wij hier maar wat aanrommelen. Zelfs de kerststukjes leken net iets rechter te staan dan anders.
Ook mooi om te zien was hoe sommige koorleden zichtbaar hun best deden om niet in de lens te kijken — wat natuurlijk resulteerde in precies het tegenovergestelde. Dat subtiele wegkijken, dat “ik ben hier puur voor de zang hoor, niet voor de roem”, dat is toch typisch dorps. En eerlijk is eerlijk: het staat ze goed, ze deden het echt geweldig.
De regie had trouwens duidelijk plezier in het inzoomen op details. Zo zagen we de kerststal in een glorie die zelfs Jozef en Maria waarschijnlijk nooit hadden verwacht. En ergens achterin de kerk zat iemand die, ondanks de nationale uitzending, koppig bleef bladeren in het misboekje alsof hij de tekst voor het eerst zag. Tradities moet je koesteren. En dan was er nog het moment waarop de camera even over de banken ging en je precies kon zien wie er stiekem al aan het bedenken was wat ze straks bij de koffie zouden zeggen. “Ik stond er toch wel goed op hè?” of “Ik hoop dat ze dat stukje eruit knippen.” Het soort nuchtere zelfreflectie waar wij Brabanders groot mee zijn geworden.
Tot slot: het was een mis zoals we die kennen: warm, herkenbaar, vriendelijk en een flinke scheut gemeenschapsgevoel. Maar dan met mooi weggewerkte lampen en camera’s en wel het besef dat ergens in Nederland iemand op de bank zit te denken: “Goh, dat koor uit Escharen,dat ziet er eigenlijk heel gezellig uit.” En wat deden ze het goed!